
Artemisia Gentileschi



13 oktober 2008. Wij staan op het Treinstation Jaroslavskaja op het Komsomalskajaplein in Moskou. Komsomalskaja betekent plein met drie stations. Dat klopt. Naast Jaroslavskaja zijn dat de stations Kazanski en Leningradski. Vanaf deze drie stations vertrekken de lange afstandstreinen vanuit Moskou naar alle windrichtingen. Wij gaan naar het oosten.
Dimitri, onze gids voor drie dagen in Moskou, heeft ons op het hart gedrukt goed op onze spullen te passen. ‘Draag de rugzakken niet op je rug, maar op je buik’, zei hij. ‘Alsof de potentiële dader dan niet ziet dat je een toerist bent’, dacht ik. Maar goed, iemand aan de voorkant beroven terwijl je recht in zijn ogen kijkt is inderdaad wat spannender dan wanneer je dat stiekem kan doen. Dus Dimitri had wel een punt. Met de rugzakken op onze buik liepen wij naar spoor 3. Daar stond onze trein voor 7 x 24 uur klaar. De Trans Mantsjoerije Express van Moskou naar Beijing. Ruim 9000 kilometer lang, door 9 tijdzones en langs steden als Ekaterinburg, Novosibirsk, Irkutsk en Harbin. Dimitri bracht ons tot in onze coupé en droeg ons over aan de dienstdoende provodnik. Dimitri’s taak zat erop en hij deed het met overtuiging. Blagodarnost Dimitri!
Om 23.55 uur, volgens schema, zette de trein zich in beweging en meldde de providnik zich in onze coupé. Hij kwam controleren of wij wel gerechtigd waren om in ‘zijn’ trein mee te reizen. Een providnik is iemand die wij in het Westen een conducteur of steward noemen. Een medewerker van de Nederlandse Spoorwegen die op een vriendelijke manier ervoor zorgt dat je op een aangename en veilige manier van A naar B komt. Onze providnik heette Aleksei. Aleksei had een deel van het Nederlandse takenpakket eigen gemaakt. Behalve het vriendelijke. Die competentie had hij niet. Hij blafte in het Russisch wat in het rond. Voor ons dus onverstaanbaar. Controleerde gedegen onze vervoersbewijzen. Gooide vervolgens een in plastic verpakt pakketje naar ons toe en wees ons met driftige gebaren op het reisschema van de trein en vertrok. In het pakketje zat het bedlinnen en één handdoekje voor de komende 7 etmalen. Ruim voldoende, want een douche was er niet aan boord. Wel één wasbakje voor de hele corridor. Wij hadden zelf een ruime voorraad natte hygiënische doekjes in voorraad om de boel een beetje fris te houden. Voorbereiding is het halve werk.
Tot aan de Chinese grens hebben wij Aleksei op elke vraag hetzelfde antwoord horen geven. ’Njet!’. Wel lette hij als een moederkloek op zijn passagiers wanneer wij op een station stopte en er even uit konden om onze benen te strekken en om proviand in te slaan. Vijf minuten voordat de trein weer vertrok begon hij met heftige armbewegingen, schelle fluittonen en Russische strijdkreten de passagiers weer in de trein te krijgen. Kennelijk stond er verbanning naar Siberië als straf op het onderweg kwijtraken van passagiers. Voor ons gaf dit een veilig gevoel dat de trein niet zonder ons zou vertrekken. De volgende trein zou pas weer over één week komen en dan wil je niet jouw trein aan de horizon zien vertrekken met al jouw spullen er nog in midden in Siberië
Na het passeren van de Chinese grens zagen wij plotseling een hele andere Aleksei. Zijn Chinese collega had het vanaf daar overgenomen. Dat was voor onze Russische vriend het teken om 24 uur per etmaal dronken te zijn en bleek hij ook opeens een paar woordjes Duits te spreken. Hij bleek een charmeur in de dop te zijn en probeerde de rest van de reis op een zo aangenaam mogelijke manier door te komen. Naast drank, met vrouwen. Zonder succes overigens. Zijn permanente staat van dronkenschap was niet echt een visitekaartje om eens gezellig bij hem op bezoek te komen. Eigenlijk liep iedereen met een grote boog om deze dronkelap op vrijers voeten heen.
Op de eerste avond van onze reis maakten wij kennis met Sergei. Sergei zat twee coupés verder op onze corridor. Hij zat daar in zijn eentje. Steven en ik hadden inmiddels onze coupé opgefleurd met de Nederlandse driekleur met daarop het Wilhelmus gedrukt. Dat vonden wij leuk. Sergei, al wisten wij natuurlijk toen nog niet dat hij zo heette, vond dat minder. Hij kwam met heftige gebaren en stevig articulerend onze coupé binnen stormen. Hij wees naar onze vlag en vervolgens naar hem zelf. Dat herhaalde hij een aantal malen, waarbij hij zijn wens in Russisch geschreeuw nog wat duidelijker probeerde te maken. Sergei was gekleed in een blauw, goedkoop uitziend, glimmend trainingspak, stevige legerkisten er onder, had een vierkante kop met donkere ogen en een militair gemillimeterd kapsel op dat vierkant. Hij was niet echt groot wat lengte betreft, maar zag er wel breed, hoekig en sterk uit.
Inmiddels waren wij wel wat gewend met de manier van communiceren van de gemiddelde Rus, maar hier schrokken wij toch wel van. Wij haalden een paar keer onze schouders op om wat tijd te winnen en probeerde vervolgens te de-escaleren door hem een drankje aan te bieden. Iets beters wisten wij zo gauw niet te verzinnen. Sergei reageerde diep beledigd en riep hard ‘njet’. Hij beende met krachtige pas terug naar zijn coupé. Tot zover onze eerste kennismaking met Sergei. Dat beloofde nog wat voor de rest van onze reis.
De volgende twee dagen bleef het rustig in de corridor. Een paar keer kwamen wij Sergei tegen op de gang, maar hij keek nors voor zich uit en negeerde ons volledig. De vierde dag van onze reis stopte wij in Ekaterinburg in het federale district Oeral. Zeg maar de provincie Groningen van Rusland. Sergei kreeg in zijn coupé gezelschap van Slava. Slava kon je het best omschrijven als een vriendelijke oom. Rustig, vriendelijk open blik en het allerbelangrijkste, hij sprak naast Russisch ook Engels. Slava was een Russische inkoper voor papier en werkte voor een grote staatsdrukkerij. Hij was op weg naar Beijing om goedkoop papier in te kopen op de Chinese papiermarkt. De eerste kennismaking met Sergei was voor Slava ook wat stug verlopen, want Slava zocht wat aanspraak bij ons. Slava was duidelijk meer gewend om met mensen uit het Westen om te gaan. Hij vertelde dat hij regelmatig voor zijn werk in Europa moest zijn. Als snel kregen wij het over de maatschappelijke verschillen tussen Rusland (of de ‘federatsiya’ zoals Slava Rusland noemde) en Europa. Eén van de belangrijkste verschillen was volgens hem het verschil tussen arm en rijk. Die was veel groter dan in Europa. Groter in alle aspecten: veel meer rijken, veel meer armen en het verschil tussen arm en rijk ook veel groter. Rusland kende eigenlijk geen grote middengroep aan mensen met een modaal inkomen, zoals in Europa. De grote middengroep in Rusland was ook arm en had weinig kansen. Omdat het uitzicht op een beter leven niet groot was, berustte de meeste Russen zich in hun lot en was hun blik op de wereld beperkt. Los van het feit dat er censuur was op Westers nieuws vanuit het Kremlin, was dit ook een overlevingsmechanisme. Wat je niet ziet is er niet. Slava noemde dit ‘de Russische struisvogelpolitiek’ ofwel je kop in het zand steken. Hierdoor kwam het dat veel Russen volgens hem aan een minderwaardigheidscomplex leden en bijvoorbeeld terughoudend reageerden ten op zichten van ‘vreemden’.
Wij vertelden aan Slava hoe onze eerste kennismaking met Sergei was verlopen. Dat verbaasde Slava niets en met zijn uitleg begrepen wij de reactie van Sergei beter. Wat Slava niet begreep was de kennelijke afkeer van Sergei voor onze nationale vlag. Russen zijn zelf nationalistisch ingesteld en begrepen dat ook goed van anderen. Sergei moest dus wat anders hebben bedoeld dan dat wij hadden begrepen. Hij ging dat proberen te achterhalen.
Kennelijk met succes, want ‘s avonds kwam Slava namens Sergei vragen of wij in hun coupé wat wilde komen drinken. Eerlijk gezegd hadden wij daar niet zoveel zin in na onze eerste ontmoeting, maar wij wilden de ‘vriendelijke oom’ ook niet in zijn hemd laten staan. Wij hadden nog een fles Jack Daniels in ons bezit aan namen deze als ‘vredesoffer’ mee.
Die avond werd een van de meest onvergetelijke avonden op mijn reizen. Slava fungeerde als tolk en we wisselden eerst de gangbare informatie uit zoals namen, waar wij vandaan kwamen, waar wij heen gingen enz.. Sergei had gezorgd voor ‘vodka i kolbasa’. Wodka en vette worst dus. De worst zat verpakt in een krant die doordrenkt was van het vet. Op zich een geruststelling, want wat in de krant zat kon niet in onze darmen komen. Deze stelling ging niet helemaal op. Er zat nog genoeg vet in de worst om de Wodka via een goed geprepareerde helling een zachte landing te laten geven in ons gangen stelsel.
Sergei ging zich steeds meer op zijn gemak voelen en wij dus ook. Sergei vertelde dat hij kapitein was in het Russische leger. Hij was duikinstructeur en gelegerd in Moskou. Iedere drie maanden mocht hij twee weken naar huis. Huis was voor hem een dorpje vlakbij de Chinese grens. Hij reisde elke drie maanden met de trein visa versa naar Moskou. Op onze vraag ‘ waarom hij niet met het vliegtuig ging’, antwoordde hij dat hij de reis zelf moest betalen en reizen met de trein was veel goedkoper.
Na de vierde wodka kwamen de foto’s van zijn familie en kinderen. Hij had meerdere vrouwen gehad en had ook meerdere kinderen. Met geen van hen had hij nog contact. Dat kwam door hem zelf. Hij was veel weg en gaf hij zelf toe, ‘ik heb veel verkeerde dingen in mijn leven gedaan’. Drank, drugs en overspel. Daar had hij nu veel spijt van. Met zijn huidige vriendin had hij een zoontje van zes jaar. Lev heette hij. Daar was hij nu naar op weg en terwijl hij dat vertelde zagen wij hem breken. Met tranen in zijn ogen vertelde hij over zijn zoontje, hoe belangrijk hij voor hem was en hoe hij zijn andere kinderen mistte. Maar vooral hoe bang hij was om ook Lev te verliezen. Zijn vriendin en zoontje waren nu het belangrijkste voor hem. Alles wat hij in het verleden verkeerd had gedaan wilde hij nu goed doen.
Intussen vloeide de wodka rijkelijk en proosten wij op het leven en op onze ontmoeting. Plotseling kwam Sergei op het idee dat wij zijn familie moesten spreken. Zij zouden anders nooit geloven dat hij vriendschap had gesloten met twee Westerlingen. Hij ging ze meteen bellen en wij moesten dan wat zeggen als bewijs. Wat Slava had verteld over het minderwaardigheidsgevoel van de gemiddelde Rus werd hier in de praktijk bewezen. Wij stribbelde nog wat tegen dat het niet veel zin had dat wij een gesprek gingen voeren met zijn familie, omdat wij geen woord Russisch spraken. Dat maakte Sergei niets uit. Het ging om onze stemmen en om het feit dat wij bij hem in dezelfde ruimte zaten. Voor ik het wist kreeg ik zijn telefoon in mijn handen gedrukt en had ik de familie aan de lijn. ‘Zeg maar gewoon wat, zeg maar iets, maakt niet uit wat’, moedigde Sergei mij aan. Ik brabbelde wat in het Engels en aan de andere kant ging een luid gejuich op en ik hoorde dat de telefoon van oor naar oor ging. Sergei ondertussen sprong van enthousiasme en dronkenschap als een malloot door de coupé en omhelsde ons diverse keren. Slava zag het tafereel glimlachend aan en nam uiteindelijk de telefoon over om een live verslag van de gebeurtenissen in de coupé aan de familie te vertellen.
Nu de sfeer tussen ons zo was omgeslagen, waren wij natuurlijk nieuwsgierig naar het incident met de vlag. Slava vroeg aan Sergei wat hij nu precies bedoelde. Sergei liet weer de foto van Lev zien en wees naar hem. Hij wilde de vlag hebben voor zijn zoontje. Dat zou echt een bijzondere verrassing voor hem zijn. En hij werd weer emotioneel. En beter nog voegde hij eraan toe. Wij moesten onze handtekening erop zetten. ‘Pozhaluysta, pozhaluysta!’, riep Sergei. Alsjeblieft, alsjeblieft en hij vouwde zijn handen erbij samen. ‘Maar waarom was hij dan zo beledigd toen wij hem een drankje aanboden?’, vroeg Slava. Hij wilde geen drankje, maar hij wilde de vlag en dacht dat hij met een drankje afgekocht werd. Het was teleurstelling. Hij was niet boos op ons en Sergei bood zijn verontschuldigingen aan dat hij zo had gedaan.
De rest van de treindagen tot aan de Chinese grens hebben wij elke avond bij elkaar doorgebracht. Mooie gesprekken hebben wij gevoerd over ons leven in Europa en hun leven in Rusland en over van alles en nog wat. Op de laatste avond voordat Sergei in Krasnokamensk zou uitstappen hebben wij hem onze vlag gegeven. In ruil daarvoor kregen wij allebei een Russische leger pet. Voor ons allemaal een mooie herinneringen aan onze bijzondere ontmoeting. De volgende morgen stapte hij uit en hebben wij kennisgemaakt met zijn vriendin die hem stond op te wachten. Zijn zoontje was er niet bij, want die zat op school. Slava is verder met ons meegegaan tot Beiijng.
En waarom schrijf ik dit allemaal 15 jaar later op?
Omdat ik aan Sergei en Slava denk vanwege de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne. Omdat ik hoop dat Sergei niet meer in het Russische leger zit en zijn familie veilig en gezond is. En …. dat onze vlag nog in het kamertje van Lev hangt.

Vandaag heb ik nog eens de foto’s van mijn reis in de zomer van 2019 naar Oost-Duitsland bekeken. Ik werd weer geraakt door de rauwe schoonheid. Rauw door de geschiedenis, het lijden en de schaamte. Maar wat zijn Leipzig, Weimar en vooral Dresden prachtige steden. De blogs die ik toen schreef beschrijven alle emoties die ik toen voelde. Samen met de foto’s geeft dit een herinnering aan een stuk geschiedenis waar wij nu nog elke dag van profiteren en van moeten blijven leren …
22 juni 2019
Vandaag heb ik Leipzig verkend. Nu een moderne stad, waar het Oost-Duitse verleden uiterlijk niet meer zichtbaar is. Innerlijk nog wel. Er zijn veel verwijzingen naar de demonstraties eind jaren 80. De geweldloze revolutie onder invloed van de glasnost en de perestrojka van Gorbatsjov. Op 9 november 1989 viel de muur en was de hereniging van Oost en West Duitsland een feit. Op veel plekken in Leipzig zijn nog vileine verwijzingen naar deze revolutie, maar te koop loopt men er niet mee. Je moet goed zoeken naar het Stasi museum in het gebouw “die Runde Ecke”. Dit gebouw herbergde vroeger de Sicherheitspolizei en is nog in oude staat bewaard gebleven. Een absolute aanrader als je hier bent, want hier ervaar je de beklemming die het Oost-Duitse volk heeft moeten ervaren in al die jaren van repressie door kameraad Honecker. Morgen ga ik op de fiets de buitenwijken verkennen. Ik denk dat ik daar wel meer kenmerken van het voormalige Oostblok ga aantreffen. Bijgaand de foto’s van vandaag. Tschüss!
23 juni 2019
In 1983 ben ik in de 3e klas van de MEAO naar Oost-Duitsland geweest. Het echte voormalige Oost-Duitsland van voor die Wende. Met de bus gingen we naar Leipzig, Dresden, Potsdam en Berlijn. Deze reis zit nog altijd op mijn netvlies gebrand. Lege winkels, grauwe en grijze steden, murw geslagen (soms letterlijk) mensen en check point Charly waar wij met de bus doorheen zijn gegaan. Met de hele groep pubers hebben we concentratiekamp Buchenwald bezocht. Nog nooit heb ik zo’n beklemmende stilte gevoeld toen we terugreden in de bus. Niemand had de behoefte om iets te zeggen. Iedereen was aan het verwerken wat we die middag hadden gezien, gehoord en vooral hadden gevoeld. Een belangrijke les was geleerd. Niemals wieder!
36 Jaar later maak ik min of meer dezelfde reis opnieuw. De laatste drie dagen ben ik in Leipzig geweest. Vandaag fietste ik over de Pragerstrasse. Ik kan het niet bewijzen, maar ik weet bijna zeker dat ik hier 36 geleden overnacht heb. Ik herken de kaarsrechte weg en de trams. Wat ik niet herken zijn de gebouwen. Moderne appartementen gebouwen en waar nog de oude huizen staan zijn deze volledig gerenoveerd. Op mijn netvlies van toen staan enorme woonblokken van flats. Grijs en monotoon. Die zijn allemaal weg en vervangen. In niets lijkt dit Leipzig op ‘mijn’ Leipzig van 36 jaar geleden. En gelukkig maar. Wat een verschil, verbetering en verademing. Hier heeft de kracht van het volk gewonnen. “Wir schaffen es” zei Angela Merkel. Weliswaar ging dat over de vluchtingen crisis van nu en was Die Angela geen bondskanselier tijdens die Wende, maar Helmut Kohl. Maar met de moed van leiders als Kohl, Gorbatsjov, Walęsa en later Merkel “ist es ganz gut geschaft”.
Vandaag bezocht ik naast de buitenwijken van Leipzig, de Russisch orthodoxe kerk, het Völkerschlachtgedenkmal en de Leipziger Panometer. Bijgaand natuurlijk de foto’s (-:
Morgen ga ik naar Weimar en ga ik (opnieuw) Buchenwald bezoeken. Ik wil het nog een keer zien en vooral weer beleven.
25 en 26 juni
Afgelopen maandag ben ik van Leipzig naar Weimar gereisd. Mooi stuk Duitsland gezien en Weimar is een mooi klein historisch stadje. Gisteren (dinsdag) had ik een “verwarrende” dag die mij wel even bij zal blijven. Ik heb eerder verteld dat het doel van mijn bezoek aan Weimar een bezoek aan concentratiekamp Buchenwald is. Buchenwald ligt ongeveer 10 km buiten Weimar op een heuvel. Mijn plan was om op de fiets deze afstand te overbruggen. Ik ben halverwege omgekeerd en ik voelde mij beschaamd. In vergelijking met de wreedheden en ontberingen die krijgsgevangenen hebben moeten doorstaan, stelt dat fietstochtje van mij niets voor. Alleen het benoemen is al beschamend en dat is hoe ik mij voel. Ik, met mijn luxe leventje, zittend in een gekoelde trein, gebracht naar een luxe hotel, waar ik met meer dan genoeg eten en drinken de dag doorbreng, ben halverwege de route naar Buchenwald omgekeerd. Reden: te warm en te zwaar. En als ik dit schrijf heb ik het er weer moeilijk mee. Natuurlijk had ik een keus en de slachtoffers van dit verschrikkelijke stuk geschiedenis niet, maar gisteren heb ik verloren!
Vandaag een nieuwe dag met nieuwe keuzes en dit keer met de bus een bezoek aan Buchenwald gebracht. En ja, het was weer heel warm, maar ik wilde vandaag niet verliezen. Ik heb elk plekje opgezocht, ik heb alles gelezen en alles aangeraakt. Het was niet druk, maar gelukkig zag ik wel veel schoolklassen. Ik hoop dat zij net als ik toen, zich afvragen hoe dit in hemelsnaam mogelijk is geweest en vooral: nooit meer!
Ik heb geprobeerd om in mijn foto’s van vandaag vooral de pijn, radeloosheid en de onmetelijke leegheid van deze plek vast te leggen. Ik kan de geschiedenis hiermee niet meer veranderen, maar ik kan hiermee wel vertellen waarom ik het zo belangrijk vind om dit te laten zien en horen.
Foto’s Weimar
Foto’s Buchenwald
Morgen naar Dresden.
27 juni
Vanmorgen een kunstgalerij en het oudste kerkhof van Weimar bezocht. Je hebt kerkhoven en kerkhoven en ik heb er heel wat gezien zo over de wereld, maar dit is wel een hele mooie. Tsja, je moet maar een hobby hebben (-; Ben trouwens benieuwd of FB de ‘blote’ foto accepteert? Kunst is kunst en dat gaan we natuurlijk niet censureren. Toch?
Net aangekomen in Dresden. Keep you posted (-:
28 en 29 juni
Ik zit in de ICE trein die mij vandaag terugbrengt van Dresden naar Amsterdam. Genoeg tijd dus om de laatste 3 dagen in Dresden samen te vatten. Wat ik niet vaak in steden heb waar ik nog nooit ben geweest, is dat ik mijn weg niet goed kon vinden. Niet in letterlijke zin, want genoeg hulp middelen voor handen, maar qua gevoel. Ik bleef het onrustige gevoel houden dat ik deze stad niet zou gaan ontdekken. Geheel tegen mijn gewoonte in ben ik meegegaan met een stadsgids in een groep. Wat een mooie ervaring was dat, mede door de samenstelling van de groep en een gids die dit perfect aanvoelde. Zij wist precies te vertellen waar de ziel van deze stad zit en daar was ik naar op zoek. Daarnaast zeer dankbaar dat er een echtpaar uit Israël mee was van Joodse afkomst. Dat leverde interessante en waardevolle discussies op over bijvoorbeeld de betekenis van de Stolpersteinen. De koperen plaatjes in de straat ter herinnering aan gedeporteerde Joodse families, die je inmiddels door heel Europa aantreft. Wie mij vaker leest, weet dat ik eerder over de familie Bilderbeek uit Amsterdam heb verteld. In Dresden is een gedeelte van de Joodse gemeenschap niet blij met deze herdenkingsplekken, omdat de koperen plaatjes op de straat liggen en men er dus overheen kan lopen of nog erger, op kan gaan staan. Zij vinden dat vernederend en zien liever de namen op muren en wanden. De gids stelde de vraag: “moeten de plaatjes op de straat weg?” Ik ben van mening dat ze juist in de straat moeten liggen, omdat ze hier opvallen en je de keus hebt om stil te blijven staan, er omheen te lopen of er overheen te lopen. De reactie van de Israëlische man was scherper: “Ze hebben ons vernederd, vermoord en geprobeerd volledig uit te roeien en we zijn er nog! Dus wat maakt het verdomme uit waar ze liggen, staan of hangen”. Bam!
Dresden is na de verwoesting aan het eind van de tweede wereldoorlog steentje voor steentje weer opgebouwd. Het oude centrum ook. Je kan het bijna niet geloven als je daar rond loopt. Terecht dat de Dresdenaren daar trots op zijn en dat is ook wat je voelt in deze stad. Pijn, leed, wilskracht en trots.
De foto’s van Dresden 1945 heb ik genomen in de Panometer Dresden, waar je in een panorama van 360 graden de verwoesting kan zien. Nog tot najaar 2019 te zien.
Als laatste zeg ik nog dat ik mij persoonlijk sterk ga maken voor het naar Nederland halen van het toneelstuk Das grosse Heft naar het boek van Ágota Kristof. Bijzonder indrukwekkend en intens. Wie hier meer over wil weten: das Grosse heft.